Let op: opent in een nieuw venster Afdrukken

Inhoudsopgave
s0910c05 - Leipzigers - Tal en Groethuysen - lange toelichting
Pagina 2
Pagina 3
Pagina 4
Pagina 5
Pagina 6
Pagina 7
Pagina 8
Alle pagina's
Eerste Symfonie
Leidde de verheerlijking van Felix Mendelssohn, geboren 3 februari 1809 in Hamburg, overleden op 4 november 1847 te Leipzig, in zijn eigen tijd tot het beeld van een soort universeel genie: ‘de beheerser van alle stijlen en genres, van het instrument en de menselijke stem, van koor en orkest, de hardwerkende componist wie alles voor de wind ging’– latere generaties dachten heel wat minder gunstig over de ‘Mozart van de 19e eeuw’ zoals Robert Schumann zijn vriend in Leipzig eens karakteriseerde. Schumanns gevleugelde uitspraak plaatst Mendelssohn – en indirect daardoor ook Mozart zelf – vanuit het perspectief van de 21e eeuw gezien niet in het juiste licht; ze dient genuanceerd te worden. Otto Glastra van Loons deed dat als volgt: “Wat het gemak van schrijven betreft en de gepolijstheid der klinkende resultaten valt zij [Schumann’s uitspraak.TG] te beamen; doch Mendelssohn mist Mozarts demonie en diens universaliteit. Mendelssohn máákte muziek; Mozart wás muziek”.Maar ook deze uitspraak is te radicaal. In zijn beste momenten - de Derde en Vierde Symfonie, het schitterende Vioolconcert of de Muziek bij een Midzomernachtsdroom, zijn Oktet en de beide Pianotrio’s – is ook Mendelssohn door-en-door muziek: meeslepend en speels, van waarachtig sentiment doortrokken en groots.