Let op: opent in een nieuw venster Afdrukken

Inhoudsopgave
s0910c05 Naklank Leipzigers Tall Groethuysen
Pagina 2
Pagina 3
Pagina 4
Pagina 5
Pagina 6
Alle pagina's
 Tilman Buening, de tweede violist, beaamde na afloop dat dit werk zich kon meten met het beste van Beethoven. Na de pauze hoorden we twee stukken in een bewerking van de 19de-eeuwse arrangeur Carl Burchard. Eerst ‘Die Hebriden’, dan het Oktet.
In deze vorm wint ‘Die Hebriden’ aan transparantie, zonder dat de diffuse impressionistische klankvisioenen van wind en zee verloren gaan. Mendelssohn zelf vond dat het stuk moest smaken naar ‘levertraan en meeuwen’. Het heeft een zielsverwantschap met de schilderijen van William Turner, misschien niet verwonderlijk als je weet dat het multitalent Mendelssohn ook een begenadigd schilder en tekenaar was. Burchards bewerking (voor viool, cello en piano vierhandig) verdient alle lof en als je niet beter zou weten zou je zweren dat die van Mendelssohn zelf was.
Zelf vond Mendelssohn zijn Oktet een van zijn beste composities (het werk van een 16-jarige) en speelde hierin regelmatig altviool. Het melodieuze werk heeft een geheel eigen stijl en werd al bewonderd door Max Bruch. Nu konden we het voltallige zestal horen.